5x veilig op en rondom je paard

Een ongeluk zit in een klein hoekje en dat geldt ook voor de dagelijkse omgang met je paard. Gelukkig kun je zelf heel veel doen om de kans op ongelukjes te verkleinen.  We helpen je alvast op weg.

Bij alles wat je doet is het belangrijk om rekening te houden met deze basiseigenschappen van paarden:

1. Een paard is een vluchtdier
Als een paard schrikt, is vluchten de eerste reactie en dan houdt hij geen rekening met zijn omgeving. 

2. Een paard is een kuddedier
Paarden blijven het liefst bij elkaar. Als een groepsgenoot vlucht, rent een paard het liefste mee.

3. Een paard is een gewoontedier
Paarden hebben een goed geheugen. Als ze een keer ergens van geschrokken zijn, vergeten ze dat niet snel.
 

Tips voor veiligheid op en rondom paarden


1. Draag altijd een cap die voldoet aan de huidige veiligheidsnorm. 
Al kun je nog zo goed rijden: zelfs het meest ervaren paard kan ergens van schrikken of  struikelen waardoor jij eraf valt. Een goede cap verkleint het risico op hoofdletsel en kan levens redden. 

2. Draag het juiste schoeisel en kleding.
Rijlaarzen en jodphurs (gecombineerd met chaps) geven je enkel steun en bescherming en hebben een gladde doorlopende zool met hak en gladde bovenkant. Dit verkleint de kans dat je voeten in de stijgbeugel doorschieten (er zijn ook veiligheidsbeugels die je kunt gebruiken). Draag op stal sowieso altijd dichte schoenen en geen slippers of sandalen. Draag ook geen sjaals, capuchons, oorbellen of ringen. 

3. Maak je beugels altijd op maat en zet je voeten niet in de stijgbeugelriemen, ook niet als je maar kort op een paard zit.

4. Zet je een paard in de stal of wei?
Houd nooit het halster zelf vast, maar altijd het halstertouw en zorg ervoor dat dit niet om je hand of vinger is gewikkeld. Loop met je paard mee de wei of stal in, draai hem terug naar de deur of het hek en maak dan pas het halstertouw of het halster los.  

5. Paarden hebben ogen aan de zijkant van hun hoofd en daarmee kunnen ze bijna 360 graden om zich heen kijken.
Maar daardoor kunnen ze met hun linkeroog en rechteroog iets anders zien! Direct voor en achter zich hebben paarden een blinde vlek, daarom moet een paard soms zijn hoofd draaien om iets goed te kunnen zien. Benader een paard daarom altijd schuin van voren, zodat hij je goed ziet.